Ondertussen werden steeds meer anti-Joodse maatregelen ingevoerd waardoor Joden steeds minder rechten hadden. Ze moesten hun bezittingen inleveren, mochten niet meer vrij reizen, en werden gedwongen een Jodenster te dragen. Ze werden tewerkgesteld in Joodse werkkampen, die vanaf midden 1942 zelfs als doorgangskamp fungeerden. Toen begonnen de grootschalige deportaties naar vernietigingskampen.
Vanaf augustus 1942 werd de Hollandsche Schouwburg door de Duitse bezetters gebruikt als deportatieplaats, waar Joden gevangen zaten in afwachting van deportatie naar Kamp Westerbork of later Kamp Vught. De Schouwburg werd bewaakt door Duitse en Nederlandse SS’ers en NSB’ers, maar de organisatie binnen de Schouwburg zelf werd overgelaten aan de Joodse Raad. Een Joodse man van Duitse komaf, Walter Süskind, werd als beheerder aangesteld.